CREATESECTIONVPORTSAUTOZ / REFRESHSECTIONS
CREATESECTIONVPORTSAUTOZ maakt in één keer viewports voor alle Z-secties (hoogtesneden, bijvoorbeeld plattegronden op verschillende vloerhoogtes) en zet ze netjes op de layout, met een label per viewport. REFRESHSECTIONS werkt daarna alle bestaande sectieviewports bij als je een sectieblok hebt verplaatst of de dikte van de snede hebt aangepast.
Starten
Typ CREATESECTIONVPORTSAUTOZ of REFRESHSECTIONS op de opdrachtregel, of gebruik de knoppen in het lint:
- tabblad SCAD Data / Export, paneel Modules (
CREATESECTIONVPORTSAUTOZenREFRESHSECTIONS)
Voorbereiding
De secties zelf maak je eerst in het modelspace met INSERTSECTION, met als as Z. Daarbij geef je eerst een nulhoogte op (Select zero height (enter for 0)) en klik je daarna de hoogte van elke snede (Select section position). Elk sectieblok krijgt zijn hoogte boven die nulhoogte in meters als naam, bijvoorbeeld 3.5m. De dikte van de snede komt uit het attribuut SLICEDIKTE van het sectieblok.
Werkwijze CREATESECTIONVPORTSAUTOZ
- Ga naar een layout (paperspace) met daarop één viewport. Dat viewport is het sjabloon.
- Typ
CREATESECTIONVPORTSAUTOZ. Er volgt geen dialoog en geen vraag. - Het commando kopieert het sjabloonviewport zo vaak als nodig is, één per Z-sectie, en vult het blad. Hoeveel er op een blad passen hangt af van de kaderpolyline rond het sjabloonviewport (zonder kader rekent het met 372 × 271). Passen niet alle secties op het blad, dan wordt de layout gekopieerd naar
<layoutnaam>-1,<layoutnaam>-2enzovoort. - Elk viewport wordt ingesteld op een snede op de hoogte van zijn sectieblok, met de dikte uit
SLICEDIKTE, en wordt in beeld gezet. De secties staan van laag naar hoog. - Boven in elk viewport komt een label met de naam van de sectie, bijvoorbeeld
Section 3.5m. - Elke layout wordt hernoemd naar het voorvoegsel plus de eerste en laatste sectie op dat blad, bijvoorbeeld
D 3.5M-10.5M. Ook de layout waarop je het commando startte krijgt zo een nieuwe naam.
Werkwijze REFRESHSECTIONS
- Verplaats een sectieblok of pas het attribuut
SLICEDIKTEaan. - Typ
REFRESHSECTIONS. Het commando loopt alle layouts af en werkt elk sectieviewport bij op de huidige stand van zijn sectieblok. Er worden geen viewports bijgemaakt of verwijderd. Elk bijgewerkt viewport wordt daarbij opnieuw in beeld gezet. Daarna staat de tekening weer op de layout waar je begon. - Het commando meldt
Refreshed N section viewport(s).Konden sommige viewports niet aan een sectie gekoppeld worden, dan staat er erbij; M viewport(s) could not be matched to a section.
Een viewport wordt gekoppeld aan een sectieblok via de kijkrichting en het label dat in het viewport staat, daarom werkt het ook nadat je het sectieblok hebt verplaatst. REFRESHSECTIONS werkt voor alle secties in de tekening (X, Y en Z). Staat er geen enkel sectieblok in de tekening, dan volgt No section blocks found.
Instellingen
Beide commando’s gebruiken de instellingen die je het laatst invulde in het sectievenster van CREATESECTIONVPORTS:
| Instelling | Standaard | Waar het voor dient |
|---|---|---|
| Section Label | Section | Het woord vóór de sectienaam in het label. |
| Layout Prefix | D | Voorvoegsel van de hernoemde layouts. |
| Layer for text and section symbols | 091-SN-Text | Laag waarop de labels komen. |